Studie van de langetermijn morfologie | CREST project

Studie van de langetermijn morfologie

Ontvang onze nieuwsbrief

Nieuws

Studie van de langetermijn morfologie

Toegevoegd op 2018-08-07
Metingen en morfologische waarnemingen die we vandaag doen in de CREST projectgebieden Oostende-Mariakerke en Oostduinkerke-Groenendijk, moeten ook geëvalueerd worden tegenover langere termijn morfologische trends en processen.
Pilootgebied Oostenduinkerke-Groenendijk
Foto 1. Pilootgebied Oostduinkerke-Groenendijk (auteur: Evelien Brand)


We hebben de beschikking over regelmatig verrichte morfologische opnames van het droogvallend strand en de duinvoet sinds 1983, en van de aansluitende vooroever sinds 1992. Deze opnames omvatten gebiedsdekkende metingen van de hoogteligging, en worden door de Vlaamse overheid-afdeling Kust jaarlijks of soms tweemaal per jaar uitgevoerd. Zij leveren een nauwkeurige, relatief langlopende reeks hoogtekaarten op met ermee verbonden volumecijfers per hoogteschijf. Dergelijke kaarten en volumecijfers werden eveneens uitgewerkt voor De Haan, waar zachte kustbeschermingswerken, volgens een vergelijkbaar schema als thans in Oostende-Mariakerke, al 15 jaar geleden werden uitgevoerd. De Haan vormt dus een ideale referentie.


Pilootgebied Oostende-Mariakerke
Foto 2. Pilootgebied Oostende-Mariakerke (auteur: Evelien Brand)


In Oostende-Mariakerke en in De Haan kent de kust reeds lange tijd structurele erosie. Op beide locaties heeft de getijgeul die zich juist voor de kust bevindt, de neiging zich uit te diepen en landwaarts te verschuiven. Hierdoor wordt de vooroever steiler en smaller, waardoor het strand bij storm sterker kan afslaan. De grootschalige strand- en vooroeversuppleties van 1992-1997 in De Haan hebben de kust daar doeltreffend hersteld. Er worden sindsdien beduidend lagere erosiecijfers gemeten, terwijl echte stormafslag er lokaal uitbleef. We merken nu eenzelfde effect in en nabij Oostende-Mariakerke. De strand- en vooroeversuppletie, daar uitgevoerd in 2014, lijkt er eveneens tot lagere erosie-intensiteiten te leiden.



Figuur. ‘Hillshade’ zicht van de zeewering (onderaan de afbeelding), strand, vooroever en zeebodem van de secties 102 tot 107 (grenzen in lichtroze) van 1 x 1 m DEM raster van de herfst 2014 multibeam survey (bovenste deel van de figuur, met contourlijnen van 0 , -2, -4, -6 en -8 m TAW) en van 2 x 2 m DEM rooster van LiDaR survey (onderste deel). Meteen zeewaarts van strandhoofden scheidt een ondiepe trog met duinen hen van de bar, gecreëerd door de onderwatersuppletie van 2014. Daarna volgt de vooroeverhelling (helderder) en het vlakke deel van de zeebodem. Dit toont 0,3 - 0,4 m diepe putten in de secties 104 en 108 en een cirkelvormige 0,6 m hoge heuvel aan de grens van de secties 102 en 103. Sommige delen van de zeebodem zijn volledig vlak, andere gebieden hebben bedvormen met een laag reliëf. Auteur: Rik Houthuys


In Oostduinkerke-Groenendijk groeit het strand al enkele decennia aan. Deze evolutie is mogelijk doordat de vooroever er breed en ondiep is. De overgang van de vooroever naar de zeebodem kent er echter wel lichte erosie die al vele jaren aan de gang is. Deze ontwikkeling zou op den duur gevolgen hebben voor het strand van Oostduinkerke-Groenendijk. Er werden echter recent strandsuppleties uitgevoerd in De Panne en Koksijde. Natuurlijke processen hebben de neiging zand van daar af te voeren naar het oosten, dus in de richting van Oostduinkerke-Groenendijk. Een deel van dat natuurlijke transport verloopt via de omweg van de vooroever. Op die manier zou de vooroever in Oostduinkerke-Groenendijk mee kunnen profiteren van de zandaanvoer in de badplaatsen ten westen gelegen.
De trendanalyse staaft de hier genoemde morfologische hoofdlijnen met precieze cijfers en grafieken.

Voor meer informatie: Rik Houthuys
 


[Overzicht] [Login]